Examenvragen VMBO scheikunde
17 maart 2021 

Examenvragen VMBO scheikunde

Wekelijks behandelen we enkele examenvragen. Deze week gebruiken we een gedeelte uit het examen scheikunde VMBO-t niveau van 2019.

Examenvragen VMBO scheikunde

De examenvraag gaat dit keer over de neutralisatie van azijnzuur met natronloog.

Henk en Achmed gebruiken onderstaand stappenplan:
Stap 1. Doe 1,0 ml azijnzuuroplossing in een erlenmeyer.
Stap 2. Vul deze oplossing aan met gedestilleerd water tot 10 mL.
Stap 3. Voeg enkele druppels fenolftaleïen toe.
Stap 4. Vul een druppelflesje met natronloog.
Stap 5. Bepaal de massa van het druppelflesje met natronloog.
Stap 6. Voeg natronloog toe totdat de indicator van kleur verandert.
Stap 7. Weeg het druppelflesje met natronloog nogmaals.
Stap 8. Bereken hoeveel gram natronloog is toegevoegd.

Volgens dit stappenplan onderzoeken ze eerst een oplossing die precies
60 mg azijnzuur per ml bevat. Daarna worden ook de schoonmaakazijn
en de tafelazijn onderzocht. De resultaten van de eerste twee proeven
staan hieronder.
azijnzuuroplossing (60 mg/ml) –> natronloog 11,64 (g)
schoonmaakazijn (? mg/ml) –> natronloog 16,95 (g)
tafelazijn …

vraag 19. Geef de naam van het negatief geladen deeltje in natronloog.

Antwoord VO College: Natronloog is een ander woord voor natriumhydroxide. De molecuulformule is NaOH.

NaOH (s) + H2O –> Na+(aq) + OH(aq)

Het negatief geladen deeltje is OH (hydroxide)

vraag 20. Bereken met de gegevens van Henk en Achmed hoeveel mg azijnzuur de
onderzochte schoonmaakazijn per ml bevat.

Antwoord VO College: In beide gevallen vindt dezelfde reactie plaats, waardoor de verhouding gebruikte natronloog gelijk is aan de verhouding azijnzuur dat reageert.

Je rekent eerst de verhouding natronloog uit. Dit is 16,95 g / 11,64 g = 1,46. De hoeveelheid azijnzuur dat reageert in schoonmaakazijn ligt dus 1,46 keer hoger dan in de azijnzuuroplossing.

Dus vermenigvuldig je de hoeveelheid azijnzuuroplossing met 1,46 om de hoeveelheid azijnzuur in schoonmaakazijn te berekenen.

In dit geval is dat:  60 mg/ml x 1,46 = 87,4 mg/ml azijnzuur.

Het correcte antwoord is dus: 87, 4 mg/ml

vraag 21. In de tabel op bladzijde 8 ontbreekt nog de hoeveelheid toegevoegde
natronloog van de proef met tafelazijn. Om deze te bepalen zijn twee
gegevens nodig. In welke twee stappen van het stappenplan worden deze gegevens
verkregen?
A. stap 1 en stap 2
B. stap 1 en stap 5
C. stap 1 en stap 7
D. stap 2 en stap 5
E. stap 2 en stap 7
F. stap 5 en stap 7

Antwoord VO College: Om de hoeveelheid natronloog te bepalen, kun je het beste de massa van het druppelflesje van stap 7 aftrekken van de massa gemeten in stap 5. Zo weet je de hoeveelheid natronloog die je hebt toegevoegd.

Dit komt overeen met antwoord F

vraag 22. Henk en Achmed berekenen vervolgens dat de onderzochte tafelazijn
46,0 mg azijnzuur per ml bevat. Hoeveel natronloog is toegevoegd bij de proef met tafelazijn?

A. meer dan 16,95 g
B. 16,95 g
C. minder 16,95 g maar meer dan 11,64 g
D. 11,64 g
E. minder dan 11,64 g

Antwoord VO College: Hier moet je het omgekeerde doen als bij vraag 20. Je rekent eerst de verhouding azijnzuur uit. Dit kan je doen met de azijnzuuroplossing. Dit is  46 (mg/ml) / (60 mg/ml) = 0,77. De hoeveelheid natronloog dat reageert in de tafelazijn ligt dus 0,77  keer lager dan in de azijnzuuroplossing.

Dus vermenigvuldig je de hoeveelheid natronloog dat reageert in de azijnzuuroplossing met 0,77 om de hoeveelheid natronloog in de tafelazijn te berekenen.

In dit geval is dat:  11,64 x 0,77  = 8,9 g natronloog

Je zou nog een extra check kunnen doen door de verhouding azijnzuur tov schoonmaakazijn te berekenen. Dit wordt 46 (mg/ml)/87,4 (mg/ml) = 0,53

De hoeveelheid natronloog is nu hetzelfde: 16,95 x 0,53 = 8.9 g natronloog. Dit laatste antwoord komt overeen, dus je hebt het goed berekend.

Het correcte antwoord is E

 

Henk en Achmed voeren hun onderzoek nogmaals uit, maar gebruiken nu
methylrood als indicator. Ze voegen natronloog toe totdat de kleur van de
indicator in de erlenmeyer verandert.

vraag 23. Is de hoeveelheid toegevoegd natronloog nu meer of minder, of is
deze gelijk aan die bij de titratie waarbij fenolftaleïen is gebruikt?
Maak gebruik van Binas-tabel 36.
A minder
B gelijk
C meer

Antwoord VO College: het correcte antwoord is A

vraag 24. Henk en Achmed hadden hun onderzoek ook anders kunnen uitvoeren,
namelijk met een titratie-opstelling. Er is dan geen weegschaal nodig.
Ook kan in plaats van een druppelflesje een ander voorwerp gebruikt
worden.
Welk voorwerp is het meest geschikt?
A. een buret
B. een maatcilinder
C. een reageerbuis
D. een trechter
E. een wasfles

Antwoord VO College: Met een buret kun je het meest nauwkeurig aflezen hoeveel je gebruikt hebt. Het juiste antwoord is dus A


Heb jij ook vragen over wiskunde, natuurkunde, scheikunde of biologie en kom je er niet uit? Neem dan contact met ons op. 

Over de schrijver
Vanuit mijn brede exacte studie kan ik bijles geven in de exacte vakken: wiskunde, natuurkunde, scheikunde en biologie. Met name scheikunde vind ik leuk om te geven omdat ik het als een uitdaging zie om abstracte lesstof op een simpele manier uit te leggen. Opleiding: Internationale Agrarische Hogeschool Larenstein in Velp
Reactie plaatsen

arrow_drop_up arrow_drop_down