Examenvragen VMBO wiskunde
23 maart 2021 

Examenvragen VMBO wiskunde

Wekelijks behandelen we enkele examenvragen. Deze week gebruiken we een gedeelte uit het examen wiskunde VMBO-t niveau van 2019.

Examenvragen VMBO wiskunde

De duikplank

Als er een persoon op het uiteinde van een duikplank staat, buigt deze
plank altijd een beetje door. Voor een bepaald type duikplank kun je het
aantal cm dat de duikplank doorbuigt, berekenen met de formule

D = (L3 x G) / 40

Hierbij is D het aantal cm dat de duikplank doorbuigt, G het gewicht van
de persoon op het uiteinde van de duikplank in kg en L de lengte van de
duikplank in m.

vraag 17.  Thijs gaat op het uiteinde van een duikplank met een lengte van 1,50 m
staan. Hij weegt 53 kg. Laat met een berekening zien dat de duikplank afgerond 4,5 cm
doorbuigt. Schrijf je berekening op.

Antwoord VO College: Hier kan je alle gegevens in de formule invullen. Dit gaat als volgt:

D= (1,5 x 1,5 x 1,5 x 53) / 40 = 4,47 cm  De duikplank zakt dus 4,5 cm (afgerond) door.

vraag 18. Volgens de fabrikant van duikplanken mag een duikplank met een lengte
van 3 m niet meer dan 70 cm doorbuigen. Bereken in hele kg het maximale gewicht van een persoon die nog op
het uiteinde van de duikplank mag staan. Schrijf je berekening op.

Antwoord VO College: Hier  vul je weer alle bekende gegevens en kan je G (= max gewicht in kg) uitrekenen. Dit gaat als volgt:

70 = (3 x 3 x 3 x G) / 40 ==> 70 = 27 G / 40 ==>  G = (70 x 40) / 27  ==> G = 103.

Het maximale gewicht van de persoon die op de duikplank mag staan is dus 103 kg

vraag 19. Als de lengte van een duikplank twee keer zo groot wordt, hoeveel keer
zo ver buigt deze duikplank dan door volgens de formule? Schrijf op hoe
je aan je antwoord komt.

Antwoord VO College: Als de L twee keer zo groot wordt, wordt D 2x2x2 (dus 8) keer zo groot. Hier kan je ook  voor L het getal 3 invullen en dit vergelijken met het antwoord van vraag 17.

D = (3 x 3 x 3 x 53) / 40 = 35,8 cm

nu volgt: 35,8 / 4,5 (antwoord vraag 17) = 8

Dus de duikplank buigt 8 x zo diep door.

vraag 20. Voor een duikplank met een lengte van 2 m kun je de formule
D = (L3 x G) / 40 ook schrijven in de vorm D = a x G.
Bereken welk getal a dan is. Schrijf je berekening op.

Ook hier is het weer handig om getallen in te vullen om getal a te berekenen. Neem voor G bijv. 50 kg

Dan wordt het: (2 x 2 x 2 x 50) / 40 = a x 50 ==> 10 = a x 50 ==> a = 10 /50 ==> 0,2

De uitkomst is dus a = 0,2


Heb jij ook vragen over wiskunde, natuurkunde, scheikunde of biologie en kom je er niet uit? Neem dan contact met ons op. 

Over de schrijver
Vanuit mijn brede exacte studie kan ik bijles geven in de exacte vakken: wiskunde, natuurkunde, scheikunde en biologie. Met name scheikunde vind ik leuk om te geven omdat ik het als een uitdaging zie om abstracte lesstof op een simpele manier uit te leggen. Opleiding: Internationale Agrarische Hogeschool Larenstein in Velp
Reactie plaatsen

arrow_drop_up arrow_drop_down